Tina Ribbers, Enschede 1969

Tina Ribbers,  Enschede 1969

Ik ben geboren op het woonwagenkamp in Enschede. Familieleden zijn echte woonwagenbewoners. Mijn vader heeft eens geprobeerd om in een huis te wonen. Hij heeft het vijf jaar volgehouden. De vrijheid van in een caravan wonen, dat zit in het bloed. Mijn opa had nog zo’n Pipo-wagentje met een ezeltje ervoor en mijn vader van tweeëntachtig rijdt nog in een camper rond.

Woonwagenbewoners zijn heel wereldwijs en leren elkaar de taal, rekenen en het omgaan met elkaar. Als wij niet willen dat een ander ons verstaat dan spreken wij Bargoens.

Het mooie van woonwagenbewoners is het familiegevoel, het elkaar willen helpen en altijd voor een ander klaarstaan. Wij hebben ook geen bel, je kunt zo bij ons binnenlopen. En in de zomer vinden we het heerlijk om lekker buiten te koken. Dat is ook een van mijn grootste hobby’s. Koken en kinderen, dat zijn de taken van een vrouw in onze gemeenschap. Zelf heb ik geen kinderen, maar mijn broer die hier ook woont heeft twee dochters, Melissa en Kimberley. Melissa is bij de geboorte gehandicapt geraakt en zit in een rolstoel. Elke avond ga ik met haar gymnastiek doen om haar soepel te houden.

Het Hoornwerck in Doesburg is een klein kamp en een heel hechte groep. Toen ik ging samenwonen met mijn vriend op het kamp, hebben we afgesproken dat als hij niet zou kunnen aarden dat we dan in een huis zouden gaan wonen. Gelukkig heeft hij het nooit als een probleem gezien en de vrijheid vindt hij nu ook heerlijk.