Sandra Manuell, Warrnambool 1958

Sandra Manuell, Warrnambool 1958

Zoals zovelen in Australië heb ik voorouders van Engelse, Schotse en (Noord-)Ierse afkomst. Zo’n zeven generaties geleden vertrokken de eersten vanuit Europa naar Australië. Ze waren op zoek naar een beter bestaan of op de vlucht voor armoe en honger. Onder hen waren zeelui, op transport gestelde veroordeelden, goud- en/of gelukzoekers.

De familie van vaderskant was protestants, afkomstig uit Engeland of Ierland. De voorouders van mijn moeder waren veelal katholiek, sommigen protestant van Ierse of Schotse afkomst.

Mijn familie is er één van uitersten. Mijn opa wilde niet dat mijn vader met een katholiek meisje trouwde. Mijn oma van moederskant was ook tegen, omdat mijn vader protestants was. Niet voor niets heette zijn dorp ooit Belfast. Net als in Noord-Ierland. De kloof tussen de religies en ook tussen de verschillende klassen was meegekomen naar de andere kant van de wereld.

Mijn vaders familie was ooit streng protestants, Presbyterian en dus tegen het gebruik van alcohol. Toch bezatenzij drie generaties lang cafés. Eén oma dronk geen druppel alcohol hoewel haar man in het café was geboren.

Mijn vader Jack was eerst een hardwerkende bakker in verschillende plaatsen in Victoria. Na de verhuizing van het platteland naar Melbourne werd hij kruidenier. Samen met mijn moeder Margaret runde hij een zogenaamde ‘milkbar’. Daar kon je behalve melk ook brood, kranten en heel veel levensmiddelen kopen. Dat was zeven dagen per week, twaalf uur per dag, keihard doorwerken. Tot mijn vader zich als zelfstandige banketbakker kon vestigen, verhuisden we elke twee of drie jaar naar een grotere winkel. In die tijd hadden we nog niet zo veel spullen. Als we verhuisden, gingen mijn ouders gewoon naar het werk. Mijn zussen regelden de verhuizing. ‘s Avonds stond alles in het nieuwe huis weer op zijn plek. We werkten meestal mee en werden behoorlijk zelfstandig. We trokken veel rond en ik maakte met mijn vier zussen heel wat mee.

Als je gewend bent om te verhuizen, is de stap om te vertrekken niet zo groot meer. Op mijn eerste wereldreis ontmoette ik mijn Nederlandse man Paul voor het eerst in Turkije. Later trof ik hem toevallig opnieuw op de boot tussen Engeland en Frankrijk. De rest is geschiedenis. Paul kwam voor een jaar naar Australië. Vervolgens ben ik met hem hierheen gekomen. Zeven jaar woonden we in de stad Utrecht en daarna in het dorp Okkenbroek. De laatste zeventien jaar leef ik in Doesburg: het langste dat ik ooit ergens heb gewoond. Dit stadje is klein genoeg om gemoedelijk te zijn en groot genoeg om je gang te kunnen gaan.

Misschien moet ik voor de volgende verhuizing de laatste kleine stap over het Kanaal zetten. Dan keer ik terug naar de wortels van mijn familie.