Leo Roelofs, Harbrinkhoek 1962

Leo Roelofs, Harbrinkhoek 1962

Onder de rook van Almelo, vlak bij Tubbergen, ligt Harbrinkhoek. Het land van Herman Finkers. Het is een kleine gemeenschap met een kerk, een voetbalveld en drie kroegen. Mijn jeugd heb ik hier doorgebracht, voor de middelbare school moest ik naar Almelo.

De steden werden steeds groter want voor de HEAO ging ik naar Zwolle en daarna kwam ik met mijn vrouw in Nieuwegein terecht. Toen onze kinderen werden geboren wilden wij een rustiger omgeving voor hen. Terug naar Twente was niet logisch omdat vrienden en bekenden daar ook waren weggetrokken. Uiteindelijk kwamen wij zo’n vijftien jaar geleden in Doesburg terecht, omdat we het een leuk plaatsje vonden en hier een huis troffen dat ons wel beviel. Bovendien konden wij beiden een baan in de omgeving vinden.

Door lid te worden van de voetbalclub en de scouting van onze kinderen en daar zelf actief in te participeren als elftalleider en ook zelf lid te worden van de volleybalvereniging de Phantoms zijn wij snel ingeburgerd.

De vele galerieën in Doesburg moeten wij nog wel bezoeken, dat hebben we nog maar één keer gedaan. Dat soort dingen doe je makkelijker in andere plaatsen dan in je eigen woonplaats.

Ik werk op een containerterminal in Duitsland waar containers worden overgeladen van vrachtwagen naar trein of schip en andersom. Ik merk heel duidelijk dat het leren van de taal essentieel is in contacten met de mensen om je heen. Ik probeer de taal die ik nodig heb in mijn werk dan ook zo snel mogelijk te leren, want als men ziet dat je moeite doet om iemand in zijn eigen taal te benaderen, dan wordt dat erg gewaardeerd.

Bezoekers van buiten het bedrijf kijken vaak anders tegen de dingen aan zodat je eigen blik daardoor wordt verruimd. Hoelang je ergens ook werkt, andere inzichten kunnen je toch elke keer weer verrijken.