Henny Veerman, Manokwari 1961

Henny Veerman, Manokwari 1961

In april 1961, toen ik net 3 maanden oud was, ben ik samen met mijn ouders, Vincent Veerman en Tilly Wattimury naar Nederland gevlogen.

Ik mocht als baby net vliegen en mijn ouders hebben alles daar in het verre Manokwari, voormalig Nederlands Nieuw- Guinea, waar ik ben geboren, hals over kop moeten verlaten.

Bekend werd gemaakt dat ook dit gebied overgedragen zou worden aan Indonesië en de keuze moest snel door mijn ouders gemaakt worden. Mogelijkheden: of daar blijven en de Indonesische nationaliteit aannemen, of met de Nederlandse nationaliteit naar Nederland gaan. Van het hebben van twee paspoorten was geen sprake.

Mijn ouders, Nederlands geschoold, hadden nooit gedacht, na alle geschiedenis- en aardrijkskundelessen daadwerkelijk naar Nederland te gaan. Mijn vader vertelde weleens te dromen van ijs en sneeuw, maar dat hij echt naar Nederland zou gaan, nee dat had hij nooit verwacht. Toch is dit gebeurd. Van een prachtig tropisch land met een hele andere cultuur naar het kille kikkerland, Nederland. Zij hebben dus weloverwogen de keus gemaakt om naar Nederland te gaan, omdat daar toch meer mogelijkheden lagen een goed bestaan op te bouwen. Het betekende een stap in het onbekende en hopend op een zonnige toekomst.

We werden eerst in Hengelo (O) in een pension opgevangen. Je moet je voorstellen dat het in die jaren 's winters enorm koud was en het nog niet zo aangenaam was met allerlei voorzieningen als tegenwoordig met een centrale verwarming. Tevens waren de Indische producten niet zomaar te verkrijgen in de winkels zoals nu met overal toko’s, het was echt improviseren. In het pension werd alleen maar Hollandse kost gemaakt en geen rijst met de overheerlijke gerechten. Een cultuurshock! De omschakeling moet enorm voor mijn ouders zijn geweest. Evenals de meer directe omgangsvormen en normen. Opvallend was de onwetendheid van de Nederlanders hier en er was weinig begrip voor hun komst naar Nederland. Wat moesten ze hier? Zo uit de rimboe? Want ze dachten echt dat we uit het oerwoud kwamen.

Ja, wat moesten zij hier nu? Gevraagd werd aan mijn ouders waar ze het Nederlands hadden geleerd en mijn ouders, heel tactisch, antwoorden dat ze dat in het vliegtuig hadden geleerd. Mijn ouders, die de Nederlandse topografie uit de duim kenden, waren verbaasd dat hun  buren (zelf Nederlanders) niet eens wisten waar alle plaatsen in Nederland lagen. Hoezo tegenwoordig de inburgeringcursus? Terwijl zelfs de gemiddelde Nederlander niet eens al die antwoorden weet, maar vooral benadrukt, dat 'ze' zich maar moeten aanpassen. Daarna verhuisden we naar Enschede en kregen een eigen huis en door een sollicitatie kon mijn vader gaan werken bij Verblifa (blikfabriek) in Doesburg en daarom verhuisden we in 1962 (inmiddels was mijn broer, Boy in Enschede geboren) en gingen we naar Doesburg met z’n viertjes.

We kregen een huis in de Clematisstraat nummer 20 (dichtbij het oude zwembad aan de Esdoornlaan, voor veel oud Doesburgers wel bekend) en dat waren woningen van Ubbink en Verblifa. In deze buurt op de Ooi ben ik opgegroeid, samen met mijn broer Boy en mijn zus Inge, die in 1968 geboren is. Het zwembad was dé ontmoetingsplaats voor velen in de warme zomers. Een onvergetelijke tijd hebben we in het zwembad doorgebracht en badmeester Messing was als familie voor ons. Zwemmen konden we dan ook als de besten.

We woonden tegenover de Molukse wijk en vooral voor mijn ouders was dat toch erg fijn, want daardoor konden ze Maleis spreken en deelden ze hun cultuur. Mijn moeder was van Zuid-Molukse afkomst en kwam van het eiland Ceram en mijn vader kwam van oorsprong van de Banda eilanden. Daar zijn ook veel Indischen beland met Nederlandse voorouders. Mijn voorouders van vaders kant hebben ook Nederlands bloed, vandaar mijn Nederlandse achternaam Veerman. In de woonwijk was een Molukse kerk en ik voelde altijd de warmte van alle tantes en ooms. We bezochten zowel de Molukse kerk als de Nederlands Hervormde kerk. Inmiddels kwamen er her en der familieleden over vanuit Indonesië. Zo ook mijn oma, tante en nicht en zij werden met nog andere Indische mensen opgevangen in het pension in Oude Bornhof in Zutphen. We waren daar vaak en ik herinner me alles nog goed. Het was veilig en als kind heerlijk om onbevangen te spelen. Ik droom nog van de kastanjebomen binnen in het hofje. De poort naar de markt was als klein kind … de grote wereld.

Inmiddels ging ik naar de lagere school. Mijn ouders kozen bewust voor openbaar onderwijs en dat werd de Buddendorfschool (nu Horizon Ooi). Ik heb daar een enorme fijne schooltijd gehad en werd omringd door veel vrienden en vriendinnen. Sport, Nederlands, muziek en creatief bezig zijn vond ik de leukste vakken. Eigenlijk voelde ik me helemaal Nederlands, maar was me er ook van bewust dat we toch anders waren. Ik leefde in twee culturen en ging daar moeiteloos in mee, evenals mijn broer en zus. Voor ons was het ook makkelijk gemaakt, temeer omdat we open en vrij werden opgevoed en er van huis uit de mogelijkheid geschapen werd om een ieder thuis te mogen ontvangen. En veel vrienden kwamen ook bij ons en we deelden alles met de buren. Zij maakten voor ons boerenkool en wij maakten voor hen nasi goreng. Echt Multi-culti he?

De bewustwording werd bij mij gewekt, toen de treinkaping plaats vond en ik me realiseerde, dat ik 'donker en anders getint' was en de buitenwereld zo naar mij keek. Ik werd me bewust van mijn afkomst en begon me toen eigenlijk pas werkelijk te interesseren voor mijn geschiedenis. Waar kom ik vandaan en waarom zijn wij naar Nederland gekomen?

Eerlijk gezegd hebben we dit ook niet in de geschiedenislessen op school gehad en ook niet later op de middelbare school. Ik denk toch dat het belangrijk is, dat je weet waar je vandaan komt en waar je roots liggen. Jammer dat er geen aandacht is besteed aan het land Nederlands-Indië waar de Nederlanders toch 350 jaar zijn geweest en Indonesië dat een koloniaal gebied van Nederland is geweest.

Mensen en culturen verliezen hun wortels als ze hun geschiedenis vergeten.

Het was ook in die tijd dat er niet zoveel openlijk over gesproken werd door mijn ouders. Ze hadden wel andere zorgen en wilden vooral niet terugdenken aan wat ze achter zich hadden moeten laten. Ook door heimwee waren ze vooral bezig om het hoofd boven water te houden in een totaal andere wereld waar zij zelf in principe niet voor hadden gekozen, maar er was geen weg terug. Een gevoel van verscheurdheid.

Gelukkig waren ze zo wijs om ver weg van familie en vrienden, hier in Nederland te proberen een bestaan op te bouwen. Ze moesten verder. En dat betekende hard werken om hun kinderen te laten studeren en je aanpassen, maar ook jezelf daarin niet verliezen en je waardevolle cultuur behouden. Niet volkomen assimileren!  Je moet er wat van maken en vooruit kijken!

Ik ging naar de GSGD in Doetinchem en heb daar de Havo gedaan. Daarnaast gingen we veel naar familie in heel Nederland. Mijn oma was inmiddels naar Amsterdam verhuisd en er woonde ook familie in Haarlem. En een tante en oom dichterbij in Harskamp. Zo hadden we genoeg adressen om te kunnen logeren. Mijn jeugd was geweldig! Overal neven en nichten en veel muziek erbij en natuurlijk overheerlijk Indisch eten. We waren als gezin vaak onderweg. Heerlijk!!!

Na mijn Havo heb ik de directiesecretaresse opleiding bij Schoevers gevolgd en vond snel werk. Inmiddels ontmoette ik mijn soulmate, Joop Janssen al schaatsend op de eendjesgracht. Hollandser kan het niet of wel? En daar is het ijs gebroken.

Joop was een echte Doesburger en ging veel met Indische mensen en Zuid-Molukkers om. Hij kwam met hen in contact op sportgebied zoals voetbal en badminton. Jaren hebben we samen gebadmintond en hij was tevens jeugdleider en later ook trainer bij Sportclub Doesburg. En veel later ook als trainer bij Sporting Ambon.

Ik noemde Joop, de blanke met het bruine hart. Hij was altijd geïnteresseerd in mijn/onze cultuur en moedigde mij aan om terug te gaan naar Manokwari. Om te zien waar ik vandaan kom en om mijzelf compleet te laten voelen. Ik had daar eerst geen oren naar, want ik voelde me helemaal Nederlands, maar toen we uiteindelijk samen met mijn suikeroom Ruud Bauwens uit Leidschendam de reis in 1994 maakten, kwam ik echt thuis! De geur, de mensen en de warmte van het land Indonesië. Ja, het was écht thuiskomen. Iets wat je niet in woorden kunt beschrijven. Het zit diep in je genen en je voelde veel herkenning.

Ik ben Joop daar nog steeds dankbaar voor. In 1996 werd onze dochter Merel geboren en in 1998 onze zoon Mart. Kinderen met “kleur” en met een opvoeding van beide culturen. We hebben bewust gekozen om van alle twee culturen het beste eruit te halen. Belangrijk, dat onze kinderen vooral mogen zijn wie zij zijn. Ieder uniek en met zijn of haar eigen talenten en kwaliteiten. Opgroeien met een grote vrijheid en open mind en respect hebbend voor je naasten. Je bent niet alleen op de wereld en het maakt niet uit waar je vandaan komt. Een ieder mens is zoals hij of zij is en wil gelukkig zijn. Bewust was ook onze keuze om op de Ooi te gaan wonen. Joop zei: "Dat is de afspiegeling van de maatschappij en waarom die angst voor de zgn. zwarte scholen en andere nationaliteiten?”. Onbekend hoeft niet onbemind te zijn. Hij koos juist om in achterstandswijken in Arnhem te gaan werken als onderwijzer en later voor het 'ongeziene' gehandicapte kind op Mariendael te Arnhem als ICT-coördinator. Een baan die helemaal bij hem paste en hij stimuleerde mij de dingen te doen die ik graag deed en dat was vooral de culturele zijde, schrijven, sporten, schilderen en het onderhouden van de vele contacten en boven alles…. veel reizen en de mens daarin te ontmoeten. Een geweldige combinatie en we vulden elkaar goed aan. Joop was echt mijn soulmate.

In 2006 besloot Joop om zijn ouderschapsverlof op te nemen en naar Yogyakarta te gaan (plaats op Java/Indonesië) om daar voor een weeshuis met gehandicapte kinderen hulp op ICT-gebied te bieden. Hij wilde deze gehandicapte kinderen de kans bieden om, net als de Nederlandse gehandicapte kinderen, gebruik te laten maken van de computer en het internet. Om zo hun wereld te vergroten met aangepaste mogelijkheden afgestemd voor ieder kind. Een bijdrage tot een zinvolle dagbesteding.

Een geweldige project, zijn school wilde hem daarin ondersteunen en Joop mocht hulpmiddelen meenemen. In 2007 is Joop weer daar naar toe gegaan en heeft een beleidsplan uitgeschreven. Hij was zo blij en wij waren en zijn natuurlijk enorm trots op hem. In 2008 zouden we samen als gezin gaan om zijn project te bezoeken, maar meer nog om ook onze kinderen kennis te laten maken met hun vaderland en familie in Surabaya. Helaas heeft dit een hele andere wending gekregen en hebben we Joop los moeten laten op 27 oktober 2008 door de ziekte kanker. Een datum, die gegraveerd is in mijn ziel. Alles is anders geworden en ja, hoe ga je daar als alleenstaande vrouw en moeder mee om? Merel was destijds 12 jaar en Mart 10 jaar.

Het leven gaat door en er zijn velen die dit lot treft. Je kan bij de pakken neer gaan zitten, maar door zoveel dierbare vrienden en familie weet je je gedragen om door te gaan. Het leven blijft mooi en boeiend en dat wil ik onze kinderen ook meegeven. Ondanks tegenslagen kun je wat van je leven maken. Net als mijn ouders destijds hebben gedaan.

Ik ben in 2009 alsnog met Merel en Mart en vrienden naar Indonesië gegaan en we hebben een geweldige reis van 31 dagen gemaakt door Java, Flores en Lombok. Maar belangrijk was vooral het bezoek aan het weeshuis in Yogyakarta waar Joop, hun vader zijn ideaal om gehandicapte weeskinderen in Indonesië een kans te bieden, is begonnen. We hebben toen bij een mooie tempel as van Joop uitgestrooid en zo waren we toch nog samen in dat mooie land. Na zijn dood is de Stichting “Joop Janssen” opgericht en hebben collega’s zijn project afgerond en wordt zijn werk voortgezet.

Dit is mijn verhaal en wat ik heb geleerd uit dit alles is, dat er leven na de dood is en het leven blijft mooi en uitdagend. Dit wil ik onze kinderen ook meegeven. Geef nooit op en creëer zelf je leven waar jij je gelukkig bij voelt. Blijf jezelf en volg je hart.

En waar je ook bent er is altijd een mogelijkheid wat op te bouwen. Alles is mogelijk en durf te dromen en die dromen te verwezenlijken.

We zijn gezegend en trots om in een fijne stad als Doesburg terecht te zijn gekomen waar men veel naar elkaar omkijkt. Op school, de buurt, de vele (sport)vrienden en met mijn collega’s op het gemeentehuis te Doesburg. Verruim je horizon en ga met liefde en respect met elkaar om. Je zult zien dat er dan vele deuren voor je open zullen gaan.

Leve het Leven!