Corinne Boureau, Brest 1957

Corinne Boureau, Brest 1957

Algerije was een kolonie van Frankrijk. Mijn opa was daar ingenieur voor de spoorwegen en mijn vader is daar geboren. Mijn vader studeerde op de kunstacademie van Algiers en speelde theater met Albert Camus. Later kreeg hij een beurs om in Parijs te studeren. Daar heeft hij mijn moeder ontmoet, een lerares. Mijn ouders werden verliefd op Bretagne en besloten om daar te gaan wonen. Steeds verhuisden wij naar een ander dorpje in Bretagne waar mijn moeder dan op een dorpsschool lesgaf tot mijn ouders een huis aan de zuidkust kochten.

In Bretagne was je echt een vreemdeling als je van een ander dorpje kwam. Van jongs af aan, heb ik van mijn ouders geleerd om niet in een mal te passen en om anders te durven zijn.

Het Franse woord ‘métise’ betekent halfbloed. In het woord zit het werkwoord ‘tisser’ dat weven betekent, door elkaar gevlochten dus en niet gefuseerd. Een mooi voorbeeld van een positief ineenvlechten van culturen is de tango. Daar zitten Spaanse, Germaanse en Indiase invloeden in. Daaruit blijkt wat een rijkdom uit verschillende culturen kan ontstaan.

In het respect voor culturele diversiteit zou ik graag willen dat iedereen meer solidariteit en empathie zouden voelen met alle levende wezens, niet alleen de mensen, maar ook de dieren en alle andere levensvormen op aarde. Het is van groot belang om opnieuw de band te hervinden tussen mens en natuur en bewust te worden van de noodzaak om onze ‘planetaire tuin’ te beschermen.