Christina de Jager-Eijgenhuijsen, Amsterdam 1966

Christina de Jager-Eijgenhuijsen, Amsterdam 1966

Een echt geslaagde jeugd heb ik niet gehad. Ik groeide op in de Rivierenbuurt in Amsterdam met een niet zo’n sterke moeder en een aan alcoholverslaafde vader. In die tijd ging ik veel naar vriendinnen en hun ouders zorgden een beetje voor mij. Toen ik zes jaar oud was kregen mijn ouders een ernstig brommerongeluk. Mijn vader lag in het ziekenhuis en mijn moeder moest langdurig revalideren in een kliniek op de Overtoom. Van het kindertehuis liep ik daar dan vaak heen, door het Vondelpark. Een aantal jaren later gingen mijn ouders scheiden en mijn stiefvader was slecht voor ons.

Als meisje ben ik eens weggelopen van huis en werd bij een vriendinnetje opgevangen, haar vader was de eigenaar van de grootste coffeeshop van Amsterdam. Op zestien jarige leeftijd ging ik uit huis en kwam via de kerk in een pleeggezin terecht. Via een vriendje had ik al wat contact met de kerk.

Daar waar de meeste jongeren op zoek zijn naar spanning en uitdaging in bijvoorbeeld drugs of drank, zocht ik juist naar veiligheid omdat ik al genoeg gevaar en spanning heb ondervonden.

Pas toen ik ging werken ontdekte ik mijn talenten. Vooral in het zaken doen merkte ik dat ik meer in mijn mars had dan ik had gedacht. Ik werkte als salescoördinator bij een verkoopkantoor van papierfabrieken en reisde naar Zweden en Duitsland. Zo heb ik mijn man Hans leren kennen als zakenpartner. Hij werkte toen voor een papiergroothandel, BuhrmannUbbens in Zutphen, hij kwam oorspronkelijk uit Haarlem. Hans was echt mijn ‘prins op het witte paard’. Anders was ik denk ik niet uit Amsterdam vertrokken. Nu wonen we alweer acht jaar in Doesburg aan de IJsselkade. Hier laten de mensen je in hun waarde en ook wat betreft openheid lijkt het wat op Amsterdam.

Via Europa kinderhulp vangen we sinds drie jaar in de vakanties een kind uit een tehuis op, die wat extra aandacht nodig heeft. Zij is nu ondergebracht bij een pleeggezin en komt in de schoolvakanties nog steeds bij ons. Ik heb altijd gedacht dat ik er wil zijn voor kinderen die er al zijn en niet voor een eigen kind. Ik heb het gevoel dat de cirkel nu op een positieve manier is gesloten en de naar beneden gerichte spiraal nu omhoog gaat. Toen ik jonger was schaamde ik mij voor mijn jeugd. Nu vertel ik mijn verhaal in de hoop dat een ander er iets aan heeft. In kwetsbaarheid zien mensen je kracht. Als je alleen kracht wilt uitstralen, bouw je juist een muur om je heen op.