Alja Nuytens-Dijkman, Zutphen 1944

Alja Nuytens-Dijkman,  Zutphen 1944

Drie weken na mijn geboorte werden mijn ouders gedwongen te vluchten naar Warnsveld omdat er een munitietrein in Zutphen was ontploft. Ik was dus vrij snel na mijn geboorte al ‘en route’ en dat is mijn hele leven zo gebleven. Ik heb in heel wat plaatsen in Nederland, maar ook in Duitsland en België gewoond.

In 1976 vertrokken wij met twee kinderen, die twee en een half en vier en een half jaar oud waren, vanuit Duitsland naar Damascus (Syrië) omdat mijn man bij de UN werkte, de heenreis al kamperend met een tent. In Damascus belandde ik wel even ‘terug in de tijd’. Arabisch spreken en aanpassen was het devies. De hele Midden Oosten periode moest ik zelf ‘de boontjes doppen’. Huisvesting, scholen, gasflessen om te koken, medische voorzieningen. Ik mocht het allemaal zelf uitzoeken. Het steriliseren van groente i.v.m. amoebe was nog het grootste gedoe. Natuurlijk ook het koken van water en afkoelen alvorens het te drinken, want mineraal water bestond toen niet. Daarna woonden we aan het meer van Tiberias en later in Jeruzalem.

Tussentijds gingen we al kamperend via Turkije weer even naar Nederland maar besloten toch in de jaren tachtig weer naar het Midden Oosten te vertrekken, dit keer met de caravan. De heen- en terugreis duurde altijd vijf maanden. Gewoon om weer op verhaal te komen wat we als gezin meegemaakt hadden, of nog zouden gaan meemaken. Dit keer via de ‘aanrijroute’ Griekenland, Kreta, Cyprus en Israël werd onze woonplaats Caïro in Egypte. Een stad met vijftien miljoen inwoners. Wij woonden vlakbij het paleis van Mubarak. Vanwege de Israëlische inval in 1982 in Libanon moest mijn man halsoverkop naar Beiroet vertrekken. Omdat Beiroet te gevaarlijk was om met familie te wonen, verhuisde ik met de kinderen naar Jeruzalem. Gelukkig konden wij elkaar via het UN vliegtuig regelmatig bezoeken, zowel in Jeruzalem als in Beiroet.

Onze kinderen zaten op diverse scholen: Duitse, Amerikaanse, Hebreeuwse, Anglicaanse en Franse school. De mensen in het Midden-Oosten wilden altijd mijn naam weten. Alja betekent ‘de Verhevene’ en dat vonden ze zo bijzonder dat ik bij de kapper nooit mocht betalen.

In de jaren negentig, na een uitstapje naar Wallonië, woonden we weer in Damascus en later in Jericho in de Palestijnse Gebieden. We waren in Jericho de eerste buitenlandse inwoners en daar kwamen elke avond mensen naar onze caravan kijken die naast ons huis stond. Uiteindelijk, na nog 5 maanden wonen en werken op Korfoe, terwijl mijn man in Albanië werkzaam was, streken we neer in Doesburg.

Het reizen zit ons nog steeds in het bloed en we zijn nu al heel wat jaren als reisleiders werkzaam in de Balkan, Griekenland, Turkije en Albanië.